Als ik mijn ogen open doe zie ik een aantal zonnestralen mijn kamer verlichten. Het is prachtig weer om te gaan zwemmen! Zo vlug als ik maar kan spring ik onder de douche, trek ik mijn kleren aan en neem mijn rugzak bij me om naar Butare te reizen, want daar kunnen we samen met de meisjes genieten van een frisse duik in het zwembad.
Eens aangekomen in Butare snellen we naar de meisjes, ondertussen helpen we nog een koppel Engelsen die de weg naar het ‘busstation’ zoeken, om deze middag niet als gebakken muzungu op de menukaart van hotel Ibis te staan. Na een paar uurtjes genieten van het zomerweer, begint de lucht er stilletjes aan wat grijs uit te zien en vallen er een aantal regendruppels uit de lucht. We nemen dan maar plaats in het restaurant om er een hapje te eten. Terwijl we wachten op onze spaghetti, begint er een man spontaan te dansen (waarschijnlijk had hij teveel Primus gedronken, want zijn oogjes zaten nogal wat ver en hij nam de volledige ‘dansvloer’ in om zijn dansjes te showen aan de mensen).
Na de middagpauze schijnt de zon weer in haar volle glorie, maar Sylvie, Robin en ik trekken de stad in om er het Nationaal Museum van Rwanda te bezoeken. Het vertelt de geschiedenis van de Rwandese bevolking: hoe ze vroeger werkten, welke werktuigen ze bezaten, hoe hun huis eruit zag,… Na het bezoek aan het museum stappen we nog een aantal winkeltjes binnen om er wat souvenirs te kopen voor het thuisfront. Hopelijk heb ik plaats genoeg in de valiezen, anders zal het wat proppen worden om alles mee te krijgen naar huis.
Rond 19u schuiven we onze voeten terug onder de tafel in hotel Ibis. Ze hebben er echt overheerlijk eten. Omdat Robin en ik reuzehonger hebben nemen we een lekker uitgebreid diner en sluiten we de maaltijd af met een lekkere kop koffie.