09u30. Driiiiiing – Driiiiiing, Robin belt me wakker. Gisterenavond hadden we afgesproken om rond 9u samen het ontbijt te nemen. Natuurlijk was ik vergeten mijn wekker te zetten en kom ik met een half uur vertraging aan in het restaurant, waar een koude omelet (die worden hier sowieso al koud geserveerd) en een warme koffie op mij staan te wachten.
Vandaag staat er niet zoveel op het programma, dus laten we Apolinair, onze chauffeur dit weekend, een voormiddagje vrij om naar de karateles te gaan met een aantal vrienden. Wij, de twee meisjes en de vier mannen, maken een leuke wandeling doorheen de ‘buitenwijken’ van Rwamagana. Sommigen onder ons trekken er een aantal foto’s bij wat straatkinderen en hopen zo om hun Afrikaans imago wat op te krikken.
Na de middag stappen we terug met z’n allen de jeep in en vertrekken richting Kigali om er Rudy Briers en Arnout achter te laten. Ook de meisjes beslissen om ons te verlaten en nemen liever de bus om het risico niet te lopen om in Gitarama geen busje meer te vinden richting Butare. Dit is natuurlijk wel het risico hier in Afrika, op een zondag vind je hier na vijf uur geen busjes meer. Het liedje: “Busje komt zo” is hier alleszins niet van toepassing…
Wanneer Robin en ik terug aankomen in Centre Saint André verhuizen we naar onze nieuwe kamer. Gelukkig is het maar drie keer slapen meer vooraleer we terug naar Kigali afreizen. Het einde is voor iedereen in zicht en dat begint toch op ons door te wegen. We verlangen allemaal naar volgende zondag om terug thuis te zijn.